• Hoe vind je je haaksprankeling weer terug?

    Nou daar zit je dan. Met een donkere wolk wol boven je hoofd en een ongebruikte haaknaald ergens in een laatje. Het is een officiële vaststelling: je hebt een haakdip en je bent je crojo verloren. Ook is je haaksprankeling is verdwenen. Wat nu? Belangrijk is om te weten waar je haakdip vandaan komt, want vaak zit de oplossing in de kern van het probleem. In de blog die ik er over schreef kun je een aantal redenen vinden van een haakdip.

    Na het vaststellen van je haakdip en de oorzaak ervan, kunnen we op zoek gaan naar de oplossing. In de vorige blog heb ik 7 oorzaken van een haakdip genoemd: Drukte; geen zin meer; verkeerd niveau; leukere dingen; turbulentie; chaotica; keuzestress. Natuurlijk is een haakdip heel persoonlijk en zijn de oplossingen ook heel persoonlijk. Het onderstaande is bedoeld als inspiratie en het is niet gezegd dat je haakdip van deze tips overgaat. Vind je dat je haakdip te lang duurt of dat je wereld er donker uitziet? Ga dan alsjeblieft naar de dokter en praat over wat er aan de hand is.

    Haaksprankeling

    Wat zijn de oplossingen wanneer je te druk bent?

    • Zorg voor kleine rustmomentjes en zet dit in je agenda. Ga dan, bewust, niets anders doen dan haken en laat niemand jou storen! Een 10 minuten haken is meer dan helemaal niet haken.
    • Haak aan kleine projecten, zoals een granny square van maximaal 3 toeren. Je haakt ze aan elkaar tot een groter project op het moment dat je er wel tijd voor hebt.
    • Kijk af en toe eens op Pinterest, daar vind je veel inspiratie. Voor patronen kun je kijken op Ravelry. Op deze manier hou je toch een draadje naar het haken en dat kan je helpen om over de haakdip heen te komen.

    Geen zin/ zin maken? Was het maar zo simpel.

    • Pak er een ander project naast. Je zou een ander haakwerkje kunnen afmaken, maar je kunt ook iets nieuws aan de haak hangen. Het voordeel is dat je kunt wisselen en zo wordt een langdradig project een stukje leuker om af te maken.
    • Haal je haakwerk uit of laat het door iemand anders afmaken. Vraag jezelf af of het project wel voldoende haaksprankeling heeft om door te haken. Waarom zou je doorhaken aan een project als jij er niet blij van wordt?
    • Wil je het ‘geen zin project’ toch afmaken, heel goed! Haak dan maximaal een half uur en ga dan iets anders doen.
    • Leer een nieuwe techniek, sommige mensen vinden de haaksprankeling weer terug als ze leren breien of tunisch haken. Bedenk iets creatiefs waar garen en draadjes gebruikt bij worden.

    Boven of onder je niveau haken is ook niet handig. Voor beide zijn er dezelfde oplossingen:

    • Haal je haakwerk uit. Als je er niet blij van wordt, waarom wil je er dan je tijd aan verspillen? Zeker wanneer een patroon te moeilijk is of te saai is uithalen een goede optie.
    • Verklein je project. Dan wordt het maar geen 2-persoonsdeken of een trui-met-alle-moeilijke-steken. Soms is een klein tasje of een kussenhoes alles wat er van te maken is.
    • Vraag tips aan ervaren haaksters. Je vindt ze op Facebook (en ik vind het geen probleem als je deze vragen op de pagina van Hollandelijk stelt). Ook kun je de ontwerper, als je weet wie het is, vragen om hulp.
    • Deel foto’s van je voortgang met anderen, dat kan familie zijn of mensen die wel haken. Dat mag op de Facebookpagina van Hollandelijk. Door het te delen stimuleer je het haakplezier en komt je haaksprankeling weer bovendrijven.
    Haaksprankeling met hartje

    Dus je hebt leukere dingen te doen dan haken.

    En denkt er over om misschien je haaknaald aan de wilgen te hangen (en bent daar nog niet aan toe). Waarschijnlijk ben je een creatieve duizendpoot en is het is niet de eerste hobby die je uitprobeert en vervolgens laat verstoffen. Niks mis mee. Helaas is haken verslavend dus blijft het altijd wel lonken. Dan zijn deze tips voor jou:

    • Haak iets wat je kunt gebruiken bij je nieuwe hobby, een leuke tas of een handig mandje.
    • Probeer lekker creatief te denken en maak een mix van je nieuwe hobby en haken. Hierbij kun je denken aan mixes media, maar ook aan het simpel toevoegen van een beetje garen aan een nieuw project.
    • Ga sokken breien of maak een tunischgehaakte sjaal, grote kans dat jouw haaksprankeling weer wordt geactiveerd als je iets simpels doet met een bol garen
    • Zoek inspiratie op Ravelry en Pinterest, grote kans dat je creatieve energie gaat stromen van alle leuke haakwerkjes die je daar vindt.

    Het leven gaat niet over rozen, maar de turbulentie die je nu ervaart zorgt voor een haakstop en een haakdip.

    Voor jou een paar tips:

    • Blokkeer tijd in je agenda voor jezelf. Ga dan iets anders doen dan dat wat met de turbulentie te maken heeft. Het helpt om beter met de turbulentie om te gaan. Ga naar een haak- en breicafé, of bezoek je favoriete wolwinkel/beurs. Praat met mensen en heb het over haken en andere leuke dingen.
    • Haak iets voor een goed doel, dat haalt de gedachten even bij de turbulentie weg. Er zijn verschillende goede doelen die blij zijn met je haaksels. Maak het jezelf niet te moeilijk, er zijn veel goede doelen die (hoge) eisen stellen aan je haakwerk. Maar er zijn ook projecten waarbij dan minder belangrijk is, bijvoorbeeld haken als activiteit bij de ouderen in een buurthuis.
    • Verwen jezelf met een fijne kop koffie/thee met wat lekkers en een nieuw haaktijdschrift of dat nieuwe patronenboek. Hierdoor houd je toch een connectie met het haken zonder dat je echt aan de haak bent.
    • Geef jezelf de tijd om je haaksprankeling weer terug te krijgen, de storm moet uiteindelijk weer gaan liggen.

    Tante Til deed het met roze, jij met garen en haaknaald. Een kloddertje hier en een wolletje daar. Wie heeft je haaknaald verstopt? Het is een warm welkom bij Huize Chaotica!

    • Geen leukste tip voor jou, lief warhoofd. Maar het is echt tijd om de boel op te ruimen. Probeer elke dag een kwartier de tijd te nemen voor het opruimen van de creatieve bende die je gemaakt hebt. Zoek je garen uit, verkoop of doneer wat je niet meer gaat gebruiken. Ruim de projecten waar je verder aan wil haken op in eigen mandjes of tassen. En schrijf op welk patroon het is, welk garen en welke haaknaald je gebruikt. Schep orde in de chaos en op deze manier krijgt jouw creatieve brein weer de ruimte voor jouw haaksprankeling.
    • Maak een ‘Work in Progress’ lijst. Zo heb je overzicht en weet je hoeveel projecten je nog hebt liggen. Werk ze allemaal af voordat je weer een nieuw haakwerk oppakt (en wees hierin een beetje streng voor jezelf!). Je kunt er ook voor kiezen om een aantal haakwerkjes uit te halen.
    • Hier komt de leukste tip van de hele lijst! Maak een creatief Bullet Journal speciaal voor je haakwerk en garens. Je kunt de projecten waar je mee bezig bent in opschrijven, een lijst maken van al je garens en een verlanglijst maken (handig voor je verjaardag!). Zit je een keertje om inspiratie verlegen, dan hoef je alleen maar je BuJo erbij te pakken. Zelf heb ik een multomap speciaal voor mijn creatieve haakuitspattingen, werkt als een tierelier!

    En als laatste ons lieve stresskipje. Jij hebt wel het overzicht, maar te veel keuze om te beginnen. Jij hebt last van keuzestress.

    Voor jou ook een paar tips:

    • Je hebt het overzicht en weet precies welk patroon bij het garen hoort. Je hebt alleen te veel patronen en garens. Het is tijd om alleen te houden wat jou blij maakt. Gebruik de volgende criteria: Word je blij van het garen én het patroon, dan mag het blijven. Word je niet blij van het garen of het patroon, dan moet het gaan. Verkoop, geef weg of haal het haaksel uit. Voor jou telt dat het heel Marie Kondo moet zijn, het moet een ‘Spark of Joy’ hebben.
    • Verwijder jezelf uit een heleboel Facebookgroepen die over haken gaan. Houd er maximaal 5 over. Je creatieve brein kan overbelast raken van alle leuke patronen die je tegenkomt omdat je te veel leuks ziet. Hetzelfde telt voor Pinterest, je kunt ervoor kiezen de app (tijdelijk) van je telefoon te verwijderen of om een tijdslot er op te zetten.
    • Doe niet mee met CAL’s of MAL’s. Op het moment zijn er zo ontzettend veel meehaak-projecten en daar een keuze uit moeten maken is stressvol. Je kunt niet met elke hype meehaken, daar moet je realistisch in zijn en de keuzestress zorgt in jouw geval voor een haakblokkade.
    • Werk je lijst met onafgemaakte projecten af voordat je iets nieuws aan de haak slaat. Heb je niets meer aan de haak hangen dan staat hier onder een bonustip.
    • Laat iemand anders beslissen wat je volgend project wordt of maak een cadeautje voor iemand die je goed kent. Zo kun je de creatieve energie weer prikkelen en vind je de haaksprankeling weer terug.
    Haaksprankeling met kaarsje

    Natuurlijk zijn er nog veel meer dingen die je kunt doen om een haakdip aan te pakken.

    Heb je een leuke tip, schrijf deze dan in de reacties. In een andere blog zal ik de tips en tricks bundelen. Met z’n allen kunnen we de haaksprankeling weer terugbrengen!

    Veel haakplezier!

  • Je haakplezier verloren/ een haakdip? Wat volgt er nu?

    Wat een horrorverhaal! Al weken, nee maanden heb je geen haaknaald aangeraakt. Is dit de beruchte haakdip? Je hebt je lopende projecten al overgedaan in een dichte zak. Heel stiekem verdwijnt het van de bank naar de kast. En die dichte zak verdwijnt steeds verder onder op de stapel. Veel zin om het daar vandaan te halen heb je niet. De enkele keer dat je dat ‘leuke project waar je vol enthousiasme aan begonnen was’ weer ziet, leg je het weet weg. Om het zachtjes uit te drukken: jij en je haakwerk zijn niet ‘on speaking terms’. En voorlopig zie je het ook niet gebeuren dat je vol lol de ene na de andere haaksteek aan je, toen leuke, project jast. Om terug te komen op de vraag of dit de beruchte haakdip is? Ja dus.

    Hallo

    En op Facebook en Instagram zie je allemaal blijde haakwerkjes voorbij komen, de een nog leuker dan de ander. MAL’s en CAL’s vliegen je om de oren, een dekentje hier en een omslagdoekje daar, iedereen lijkt iets te haken. De vrolijkheid spat van het scherm, maar als je naar jouw Unfinished Object kijkt zakt je de moed in de schoenen. Jij wil ook weer vol aan de bak met bovenstaande UFO! Kommer, kwel en treurnis. Arme jij.

    Maar voordat je de haaknaald aan de wilgen hangt en je garen naar de kringloop brengt, hoe ontstaat een haakdip of ‘loss of crojo’? En, belangrijker nog, is er nog hoop voor je haakwerk? Crojo is een samentrekking van de woorden crochet en mojo, de eerste is Engels voor haken en mojo staat voor sprankeling en levenslust. Dat je af en toe een dipje hebt is logisch, de zon kan niet altijd schijnen en sprankelen.

    Een pakketje tegen de haakdip

    De oorzaken van een haakdip

    Het verlies van een je crojo kan verschillende oorzaken hebben, ik zet er een paar op een rijtje:

    • Je hebt het te druk met andere dingen. Je rent en vliegt van hot naar her en ondanks dat je er ‘hot’ van wordt, blijft er weinig puf over om te haken. Iedereen lijkt van jouw tijd te snoepen, -je gezin, familie, vrienden, werk- iedereen lijkt jou nodig te hebben. Zin heb je wel om te haken, maar tijd… Duurt deze drukte te lang dan verdwijnt je crojo en piept een haakdip om de hoek.

    • Je bent uitgekeken op je haakwerk, maar je moet eerst het project afmaken. Dat moet van jezelf, want een wanhopig garenvrouwtje met te veel projecten wil jij niet zijn. Dus je sleept jezelf van steekje naar steekje en er lijkt geen einde te zijn aan het project. Je vindt dat je het project niet kunt uithalen, want er zit al zo veel tijd/energie/garen in dit project. Elke avond besteed je minder tijd aan je haakwerk en meer tijd aan andere dingen. De hoop is dat je het project vanzelf weer leuk gaat vinden, leuk genoeg om het af te maken. De realiteit is anders, je hebt al maanden de haaknaald niet aangeraakt en je hebt geen zin meer.

    • Het haakwerkje dat aan je naald hangt is eigenlijk niet van jouw niveau. Het is te moeilijk of te saai. Laten we eerlijk zijn, soms lijkt een haakwerkje van het scherm te knallen en smeekt het jou om gehaakt te worden. En dan begint het je tegen te staan, nog 675 toeren vasten paarsgewijs (patroon 9 uit de Haakbijbel) en dan moet je ook nog meerderen in beide hoeken. Of je bent begonnen aan je allereerste pixeldeken met 50 tinten grijs en evenzoveel bolletjes. Bij elke steek lijkt de chaos groter te worden en je kan nu al niet uitzien naar de rand waarvoor je een interlocking haaktechniek moet beheersen. Die moet je ook nog ‘even’ leren van Juf YouTube. Het eindresultaat ziet er mooi uit, maar het proces is uitermate frustrerend. Het haakplezier verdwijnt toer na toer. En je andere haakwerkjes raken erdoor besmet.

    • Je hebt een andere hobby gevonden, een waar je net zo enthousiast over bent als je was over haken een paar jaar geleden over. Later ga je wel weer haken, maar eerst wil je met je nieuwe hobbyspullen spelen. Je mist het haken wel, maar totdat je weer begint met haken vermaak je jezelf met andere dingen. Tot je op het punt beland waarbij je elke keer wanneer je haaknaald en garen ziet, je denkt: “Nah. Laat maar, ik ga liever…” en je gaat weer verder met andere leukere dingen.

    • Je leven is op dit moment te turbulent om te haken. Er is van alles gaande en het meeste is vervelend: scheiding, overlijden, verhuizen of een ziekte. Je hoofd staat op dit moment niet naar haken en het haakwerkje dat ligt is veel te ingewikkeld om als ontspanning te dienen in je chaotische, stressvolle leven. Haken, zelfs het meest simpele patroon, kost nu gewoonweg te veel moeite in deze turbulentie.

    • Je hebt te veel haakprojecten en er is geen plek op de bank meer voor jou om te zitten. Alle haakwerkjes schreeuwen om aandacht en het zijn er zoveel dat je niet meer weet welk garen bij welk project hoort. En van sommigen weet je het patroon niet eens meer. Weet je nog wel welke haaknaald er hoort bij dat rode sjaaltje dat je vorige maand zo enthousiast hebt opgezet? Als je het weer weet, ga je vast en zeker verder. Maar op dit moment is de creatieve warboel omgeslagen in chaotica stresslevel 10. Deze mate van chaotica kan zelfs de meest creatieve geest temmen en de haakdip is een feit.

    • Je hebt een enorme stapel aan patronen die je nog wil haken en je kunt geen keuze maken. Ook hier kijkt chaotica om de hoek. De patronen en garens stapelen zich op, ze nemen meer ruimte in dan je ooit had verwacht. Je weet nog wel welk garen je hebt gekocht voor dat ene patroon, maar ernaast liggen andere wolletjes met hun patroon te wachten. Te veel keuze en te veel informatie zorgen voor keuzestress en een haakblokkade volgt.

    Een of meerdere van bovenstaande, dikgedrukte factoren kunnen zorgen voor het verlies van crojo. Op zich is het niet erg om een poosje niet te haken en je te focussen op andere dingen. Meestal komt het haakplezier vanzelf weer terug. Duurt het wat langer, dat kan gebeuren en het beste wat je dan kunt doen is het tijd geven. Gelukkig ben je niet alleen in je haakdip, het komt vaker voor en bijna elke haakster krijgt ermee te maken.

    Let’s make a new start!

    Let's make a new start

    Zoals je kunt zien op de blog heb ik al een hele poos niets gepost. Dit had niets te maken met een haakdip. Het haken en ontwerpen doe ik nog steeds elke dag en ik vind het nog net zo leuk als toen ik begon met Hollandelijk.

    Afgelopen november overleed mijn vader, drieënhalf jaar na mijn moeder. Een stressvolle periode kwam na het overlijden. Mijn vader had geen notarieel testament en dat leverde veel gedoe op met een dwars familielid. Heb je geen testament, regel dat! Op deze manier zadel je de nabestaanden niet op met onduidelijkheid. Een testament had ons veel ellende gescheeld. Dat dit erg veel energie kost is duidelijk. Ik kreeg geen letter op papier en nog steeds vind ik het moeilijk om dagelijks iets te posten op Facebook of Instagram. Laat staan dat ik iets schrijf op mijn blog. Het schrijven lukt nog steeds niet zo, maar ik doe mijn best ondanks mijn schrijfdip.

    Er staan een aantal patronen op stapel waaronder eentje met een nieuwe haaksteek en de Damdoek. Ook komt er, binnenkort, een blog waar je verder kunt lezen over dingen die je kunt doen om je haakdip te overwinnen, er is dus nog hoop om je crojo weer te vinden! En als kers op de taart kun je hier een cadeautje vinden, voor de slagroom klik je hier. 😉

    Heb je nog tips om een haakdip op te lossen? Vertel ze in de reacties en ik verwerk ze in de volgende blog over haakdippen.

    Veel haakplezier!

  • Snowy Tree, een witte kerst (daar zorgen we zelf voor!)

    De brocante kerstboom

    Snowy Tree en fijne dagen!

    Oh dennenboom, je naalden zijn wonderschoon. Behalve wanneer ik ze uit het tapijt moet peuteren, dan ben ik blij dat je de deur uit gaat/bent. Dat was dan ook de reden om een echte nepperd aan te schaffen, kunstkerstbomen verliezen alleen volume, geen naaldjes. Volgens Bonsaikind kun je het beste, wanneer je geen naalden in huis wilt, een lariks kopen. Die verliezen in de winter sowieso hun naalden en zijn in december al kaal. Kun je de lampjes, slinger en ballen ook beter zien. Volgens hem zijn kunstkerstbomen niet zo fijn als een echte boom, daarom hangt hij een van zijn bonsai buiten vol met kerstballetjes. Maar binnen staat een kunstkerstboom. Voor de kerstgeur koop ik altijd een krans of wat dennengroen.

    Maar ik wilde een gehaakte blikvanger. Met een mandala. Het liefst een joekel van een mandala. Bij webwinkel yourzs.nl kocht ik, in de opruiming, de grootste ring met een diameter van 50 centimeter. Helaas verkoopt Dennis geen ringen meer, maar bij verschillende andere (web)winkels heb ik ze nog gezien. Voor de mandala kocht ik Durable glanskatoen nr 10. In de altijd mooie kleur ecru.

    Vroeger waren er meer kleuren, ik heb blauw, bruin, groen en een zachte okerkleur gekocht van een alleraardigste mevrouw uit een Facebookgroep. Tegenwoordig is het glanskatoen van Durable net de zwarte Fordauto uit de jaren dertig: verkrijgbaar in alle kleuren, mits het wit of ecru is. Ecru werd het. En we blijven hopen dat Durable toch meer kleuren glanskatoen wil maken. Met het nieuwe garen Double Four en breikatoen nr 8 zijn er al meer kleuren verkrijgbaar, al zijn deze minder geschikt voor het haken van een kantachtige mandala.

    Het patroon van de mandalakerstboom heb ik, samen met Bonsaikind, Snowy tree genoemd. Dat leek ons wel toepasselijk. Het eindresultaat was heel gaaf, echtgenoot en mijn grote zonen waren blij verrast met de ‘boom’. Hij past precies in ons interieur en hangt er alsof hij er al jaren bij hoort. Dus de lariks mag buiten blijven, dat vindt hij wel zo prettig.

    De Snowy Tree

    De tips

    Het haken van de mandala was zo gepiept, een paar avondjes de snelheidshaak erop en klaar was Natasja. Het omhaken van de ring was wel een dingetje. Dat was loodzwaar, ik kon een kwartiertje haken en moest dan mijn handen rust geven. Zo schiet het natuurlijk niet op. Gelukkig gaat het met elke toer gemakkelijker en de laatste toeren waren prima te doen. Geef je handen de rust die ze nodig hebben en haak niet te lang achter elkaar door.

    Omdat er maar een paar kleuren beschikbaar zijn van Durable glanskatoen, kan het ietwat saai zijn. Je kun de kerstboom zo versieren zoals jij dat mooi vindt. Je kunt linten haken of een rol lint gebruiken. Wil je de kerstboom een ander kleurtje geven, dan zou je kunnen overwegen om het katoen te verven met een geschikte textielverf (lees goed de gebruiksaanwijzing, gebruik de juiste textielverf en mail me een foto!).

    De Snowy tree heeft geen vlakke bodem, een boom heeft namelijk altijd dat de onderste takken omlaag hangen. Volgens Bonsaikind heeft dat te maken met de zwaartekracht en het licht. Maar ik vind het ook mooier dan een vlakke bodem, je zit dan de mandala wat beter en het zorgt tegelijkertijd dat de mandala strakker in de ring zit.

    Het hart van de gehaakte kerstboom

    Het patroon heeft een duidelijke fototutorial en is daardoor ook geschikt voor de beginnende haaksterren. Je hebt wel nodig dat je de basissteken onder de knie hebt en er worden clusters en reliefstokjes gehaakt. Mocht je er niet uitkomen dan mag je mij altijd een berichtje sturen. Dit mag via het contactformulier op de website, via Facebook of Instagram.

    Wat heb je nodig voor de Snowy Tree

    • Het patroon. Dat kun je vinden via de link hieronder
    • 1 á 2 knotten Durable glanskatoen (met eentje kun je het patroon maken, wil je gehaakte of gebreide linten en kerstversiering dan is een tweede knot nodig),
    • een ring met een diameter van 50 centimeter.
    • Ook heb je haaknaalden 2,0 en 3,0 nodig, een stopnaald en een schaartje.
    • Versieringen. Je kunt van alles gebruiken: kerstballen, veren, linten en lampjes

    Het patroon van de Snowy Tree vind je hier.

    Wanneer je de Snowy Tree klaar hebt, zou ik het leuk vinden als je een foto laat zien. Op Facebook mag je het direct op de pagina plaatsen en op Instagram kun je #hollandelijk en #snowytree gebruiken.

    Veel plezier met haken en versieren!

    Update 20 december 2018: Deze blog had de benen genomen en stond dus niet meer op de website, vandaar dat ik deze opnieuw plaats

  • De kleurbasis

    Kleurenwiel

    De kleurbasis is iets waar elke handwerkster mee te maken krijgt. In de blog 6 tips voor het kiezen van kleuren voor je handwerk gaf ik aan dat er meer theorie is over kleuren. In deze blog wil ik de basis aanstippen en de basisbegrippen uitleggen. Hierdoor kun je, naast de 6 tips, ook de kennis over de kleurbasis toepassen als je de volgende keer een paar kleurtjes wol uitzoekt.

    In de kleurenleer zijn er een aantal basisbegrippen die belangrijk zijn:

    • Primaire kleuren. Dit zijn rood, geel en blauw. Sommige ‘kleurmeesters’ benoemen zwart en wit ook als primaire kleur. Met deze kleuren kun je alle kleuren maken.
    • Secundaire kleuren. Dit zijn de kleuren die je krijgt wanneer je rood en geel; rood en blauw; en blauw en geel in gelijke delen mengt. De secundaire kleuren zijn oranje, paars en groen.
    • Tertiaire kleuren. Dit zijn de kleuren die je krijgt wanneer je de primaire kleuren ongelijk mengt, bij voorbeeld 2 delen blauw en een deel geel, dit is dan blauwgroen. Andere tertiaire kleuren zijn: geelgroen, oranjegeel, oranjerood, roodpaars en blauwpaars.
    • Wanneer je de primaire kleuren allemaal mengt, dan ontstaat er bruin. De kleuren in bruin kunnen variëren door de hoeveelheid van de primaire kleuren aan te passen, op deze manier krijg je bijvoorbeeld oker, oranjebruin of groenbruin.
    • Door het toevoegen van wit of zwart kun je de kleur lichter maken of donkerder, dit noemen we de kleurhelderheid. Met het wit krijg je pasteltinten, zoals mint en babyblauw. De rijkere kleuren krijg je door zwart toe te voegen, de kleuren die daarbij horen zijn bordeaux en Gelders blauw.
    • Als je grijs toevoegt aan een kleur dan noemen we dat de kleurverzadiging. Voorbeelden van verzadigde kleuren zijn: grijsbruin, mauve en grijsblauw.
    • De koele kleuren. Dit zijn de kleuren zoals blauw, grijs, zwart, wit, platina en zilver. In deze kleuren zitten weinig warme kleurtonen. Ook groen, geel, rood en paars kunnen koel zijn, de kleur heeft dan meer blauw dan oranje in de kleurtoon. Bijna alle koele kleuren kunnen gecombineerd worden met elkaar. De koele kleuren staan goed bij de mensen met het koele kleurtype.
    • De warme kleuren. Dit zijn de kleuren oranje, geel, rood, crème, bruin, brons en goud. In deze kleuren zitten weinig koude kleurtonen. Ook groen, blauw en paars kunnen warm zijn, de kleur heeft dan meer oranje dan blauw in de kleurtoon. Bijna alle warme kleuren kunnen worden gecombineerd tot een druk kleurpalet. Je kunt dit verzachten door crème te gebruiken als basiskleur of als hoofdaccentkleur. De warme kleuren staan goed bij de mensen met het warme kleurtype.

    De kleurtypes

    Over de kleurtypes wil ik kort nog wat toelichten. Er zijn, mijns inziens, maar 2 kleurtypes: warm en koel. Sommige bedrijven hebben meer kleurtypes zoals zomer, winter (de koele kleuren) en lente, herfst (de warme kleuren). Maar er zijn zelfs consulenten die daar ook nog weer subtypes in hebben en wel 12 -en sommigen nog meer- kleurtypes hebben. Je krijgt dan een labeltje met ‘zuiver warm/koel’, ‘gedempt/helder’, maar ook heb ik gehoord van een ‘pure lente/herfst/zomer/winter’. Volgens mij zijn dit marketingpraatjes die jou het gevoel geven dat je het ‘goed’ doet, jijzelf en anderen kunnen ‘verkeerde’ kleuren dragen. Ik hou niet van dit soort onderscheidingen. Door het gebruik van dit soort labels beperk je het kleurpalet te veel en mis je de kleuren die jou ook fantastisch staan.

    Eerlijk gezegd denk ik dat wanneer je weet of je een koel kleurtype bent of een warm kleurtype dat je dan al een heel eind komt, hierdoor heb je een kleurbasis voor je garderobe. In je kledingkast kun je dan veel kleuren hebben hangen die jou allemaal goed staan en passen bij de stemming die je hebt. En je hebt altijd kleuren voor een gelegenheid, naar een feestje kun je lekker knallen en voor chic-de-friemel partijtje kun je gepaste tinten dragen.

    Je kunt er eventueel voor kiezen om een kleurconsult te volgen bij iemand, maar heel eerlijk gezegd, vind ik dit verspilling van tijd en geld. Dat kun je beter besteden aan een Hollandelijk-patroon en daarna losgaan in een wolwinkel. 😉

    Spelen met kleur

    Een van de leukste dingen van het spelen met kleur vind ik de kleurcontext. Hierbij moet je het plaatje met de bloemen bestuderen. KleurcontextZie je dat de kleur van de bloemen veranderd door de kleur van de cirkel? Toch is de kleur van elke bloem gelijk.

    Dit gebeurt ook met garen, zodra je het gaat gebruiken naast een andere kleur in je haak- of breiwerk verandert de kleur. En voeg je een derde kleur toe, dan verandert het hele werk. Dit is ook de reden waarom je soms teleurgesteld kunt zijn over het resultaat. Na een paar avonden flink handwerken en de kleuren niet lijken op dat wat je voor ogen had toen je het garen bij elkaar zocht. Heel teleurstellend. De andere kant van dit verhaal is dat je, juist door het toevoegen van een andere kleur, heel blij kunt worden van een project waar je wat bedenkingen bij had.

    De kleurbasis

    Kleur kan dus heel veel doen. In haak- en breiland is er een gezegde: de rand bepaalt de kleur van de deken. Kleur kiezen komt dus aan op de laatste toeren die je haakt of breit. Wil je zekerheid over de kleuren die je gebruikt, dan kun je een proeflapje haken of breien met de kleuren in de volgorde die het patroon aangeeft. Wil je voordat je begint met een project zien of dat de kleuren bij elkaar passen, dan is het gebruik van een kleurenwiel aan te raden. Hierover schrijf ik nog een blog over de kleurbasis.

  • De footsnood en de speld

    Mode(flater)

    Dat haak- en breisels erg populair zijn weten wij al langer, maar de satirische website De Speld heeft het ook ontdekt. Beter laat dan nooit zullen we maar zeggen. De Speld kwam met het volgende: “Blote enkels zijn vooral onder jongeren nog steeds heel populair. Nu het kwik steeds verder daalt, dragen de meesten deze winter enkelsjaaltjes om niet te bevriezen.

    “Echt alleen opa’s en oma’s dragen nog lange broeken”, legt Dennis Kluitman (18) uit. “Maar aangezien ik vorige winter twee keer bevriezingsverschijnselen heb gehad en de dokter me gewaarschuwd heeft dat ik mijn enkels kan verliezen, doe ik er voor de zekerheid toch maar een sjaaltje om.”Het enkelsjaaltje

    Handig aan de gebreide enkelsjaaltjes is bovendien dat je ze makkelijk af kunt doen als het je te heet boven de voeten wordt. Dennis waarschuwt wel voor een veelgemaakte beginnersfout, terwijl hij naar het litteken op zijn voorhoofd wijst: “Nooit maar één sjaaltje voor beide benen gebruiken!”.” De tekst is van De Speld en hun website vind je hier.

    Natuurlijk kunnen wij, de handwerkbrigade, niet achterblijven en daarom heb ik een enkelsjaaltje gehaakt. Een simpel proeflapje voldoet, haak/brei de lengte dit je nodig hebt, knoop hem om je enkel en voilà! En toch kan het beter, modieuzer. Want een sjaaltje om de enkeltjes is zó november 2018… Het werd een footsnood! Een gebreid proeflapje omgetoverd in een snood die je om je enkels kunt dragen. De vergelijkingen op Instagram werden al gemaakt en ja, het lijkt op een ouderwetse beenwarmer. Via deze link kun je op mijn Instagram de foto zien en alle commentaren lezen. En daar zitten een paar pareltjes tussen. 🙂

    De snood

    Voor de mensen die nog nooit gehoord hebben van een snood, je spreekt het uit als snoed. Het is een gehaakte of gebreide ronde sjaal waar een draaiing in zit. Je maakt een snood door een rechthoekige lap te haken of te breien. De korte kanten leg je gedraaid op elkaar. De rechterbovenhoek leg je op de linkeronderhoek. De linkerbovenhoek leg je op de rechteronderhoek, nu kun je beide kanten op elkaar naaien. De snood is groot (je slaat hem 2x om je nek), lekker praktisch en draagt heerlijk warm.

    De footsnood, het patroon

    De footsnood heb ik gebreid in een budgetgaren dat ik nog had liggen. De footsnoodWil je hem ook haken of breien in ongeveer dezelfde kleur, dan is Stylecraft Special DK in de kleur Sunshine een optie. Gebruik breinaalden die passen bij het garen. In principe kun je allemaal leuke steken gebruiken, maar ik heb gekozen voor een simpele gerstekorrel. Hiervoor zet je een even aantal steken op, plus 2 kantsteken. Ongeveer het aantal steken dat je nodig hebt voor een breedte van 10 centimeter. Je breit heen en weer.

    Toer 1. Brei 1 kantsteek, *1 steek recht, 1 steek averecht*, herhaal tot het einde van de toer en brei de laatste steek recht.

    Toer 2. Brei 1 kantsteek, *1 steek averecht, 1 steek recht*, herhaalt tot het einde van de toer en brei de laatste steek recht

    Herhaal toer 1 en 2 tot je een lengte hebt van 35 centimeter (38 voor de bredere enkels) en kant losjes af.

    Brei nu een tweede exemplaar. Naai de footsnood in elkaar zoals hierboven beschreven staat.

    Gehaakt of gebreid: Trek ze aan, maak een foto en plaats deze op de Facebookpagina of zet ze op je eigen Instagram met #footsnood. De hashtag #modeflater is trouwens ook een prima omschrijving, hihihi. De footsnood is een leuk, grappig cadeautje voor een sokloze jongere die broeken op hoog water dragen. 🙂

    Veel maak plezier!

  • Garentest MyBoshi no 1

    Na een lange, droge en warme zomer is het eindelijk herfst. Op blote voeten de honden uitlaten gaat echt niet meer, heel jammer. De warme dagen worden warme herfsttinten aan de bomen. Eindelijk mogen we weer los met de wintergarens! In deze garentest staat MyBoshi no.1 centraal, een garen geschikt voor de snelle projecten. De brandweerrode wolletjes zijn eigenlijk bedoeld voor wintermutsen. Een paar jaar geleden was het garen van MyBoshi niet aan te slepen, zo populair was het en je zag de mutsen bijna overal.

    MyBoshi no 1 garen

    Het MyBoshi garen is een, zoals zij het zelf omschrijven, een premium garen. En met 2 van deze enthousiaste mannen (skileraren in de winter, hakers in de zomer) is het moeilijk om niet gecharmeerd te raken. Hun verhaal is dan ook aanstekelijk. Na een reis naar Japan zagen zij overal unieke mutsen rondlopen, gehaakt door creatieve mensen. Zij haakten, aangestoken door een collega uit Spanje, een paar mutsen (boshi) en verkochten deze aan vrienden en bekenden.

    Ze besloten om een boek met patronen uit te brengen en het garen in Europa te laten produceren, zo konden veel meer creatievelingen met een eigen gehaakte creatie op hun hoofd lopen. Een schot in de roos. Met hun enthousiasme maakten zij een website waar je zelf een muts kunt samenstellen. Maar omdat de site half Duits, half Nederlands is en slecht onderhouden kom ik er niet helemaal uit wat nu precies de bedoeling is.

    De garentest van MyBoshi no 1

    Het garen is een dik, enkelsponnig garen. Dit geeft het haakwerk een wat stoerder en robuust uiterlijk. De aanbevolen haaknaald is 6-7, maar het garen gedraagt zich beter bij haaknaald 8. Het garen laat zich vergelijken met Zeeman Julia, al is dat een dubbel getwijnd garen.

    De pluspunten

    De voordelen zijn er genoeg: de dikte van het garen zorgt ervoor dat je snel een project klaar hebt. De samenstelling is prettig voor de huid, want het hoofdbestandsdeel van MyBoshi no 1 is acryl en 30% scheerwol van een merinoschaap. Het garen is goed te verdragen, maar je kunt wat last krijgen van de verf (na de eerste wasbeurt is dit over). Er is een goede hoeveelheid aan kleuren, 33 effen en 8 verloopkleuren, hierdoor kun je een unieke muts haken die past bij je skikleding. Het is een vol/luchtig garen met een matte uitstraling met een subtiele glans. Een van de grootste voordelen is de wasbaarheid en de geringe hoeveelheid vervilting, hierover meer in de was-test.

    Er zijn ook nadelen aan het garen.

    De grootste is dat na het uithalen van het garen het bijzonder veel langer is geworden. Het garen rekt enorm uit en dit zie je wanneer je het uitgehaalde garen opnieuw haakt. Het garen is niet erg veelzijdig, je kunt er mutsen mee haken en kussenhoezen. MyBoshi no 1 is ongeschikt voor kleding en dekens omdat het garen te zwaar is om grotere projecten mee te haken. Projecten hebben de neiging om te gaan lubberen, voor een muts is dit minder erg, maar een net vestje dat scheef hangt is geen gezicht. Het MyBoshi no 1 garen is onprettig om te breien, het splijt en bij het haken heb je hier ook last van.

    Het garen voelt ietwat stug aan, ook bij een grotere haaknaald is het niet echt soepel te noemen. De grotere haaknaald heb je echt nodig omdat bij de aanbevolen grootte het garen niet helemaal in de haak ligt en daardoor trek je maar een gedeelte van het garen door de lus. Het is een garen waar je goed moet blijven opletten.

    Breien en haken met dit garen

    Proeflapje Breien MyBoshi no 1Het breien met MyBoshi no 1 is een opgave, ik heb verschillende maten breinaalden gebruikt en het bleef niet prettig om te verwerken. Uiteindelijk kwam ik uit op naald 6 en bij de ‘normale’ manier, de continentale manier van breien werkt absoluut niet fijn. Het proeflapje dat ik maakte blijft stug aanvoelen. Meestal manipuleer ik de proeflapjes na het breien om te zien hoe het weefsel zich houdt, dat deed ik ook met het MyBoshi no 1 proeflapje. Na een poosje spelen werd het lapje scheef en begon te hangen, dit verbeterde wel na het opspannen en toen werd het ook soepeler.

    Met MyBoshi no 1 garen ben je beperkt in wat je kunt maken, dit komt voornamelijk doordat het garen gaat lubberen. Wat je kunt maken zijn mutsen en zitlappen en dat is het wel zo’n beetje. De lijst waar het garen ongeschikt voor is bevat de volgende technieken: macramé, breiraam, borduren, vilten en punniken. Het fijne aan dit garen is dat er een ruime hoeveelheid aan mutspatronen zijn en je door de 41 kleuren bijna oneindig veel unieke mutsen kunt maken.

    Al met al scoort MyBoshi no 1 een welverdiende 8

    De was-test

    Een van de prettige dingen van MyBoshi no 1 is de wasbaarheid. Door de verhouding van 70% acryl/30% scheerwol is de vervilting minimaal. Een ander pluspunt is de minimale krimp, zelfs gewassen op de katoenwas 60°C is nog geen 10%! Dat is meer dan netjes. Volgens het label mag je projecten wassen met de fijnwas, of anti-kreukwas op maximaal 30°C en mocht je het niet zelf willen wassen, het kan chemisch gereinigd worden in een gespecialiseerde wasserette. Dan de kleur, sommige kleuren rood zijn valer na het wassen, de MyBoshi no 1 niet. De kleur na het wassen is dezelfde kleur rood als voor het wassen. Dat was een prettige verrassing.

    Het eerste lapje uit de wasmachine was met de 60°C katoenwas mee geweest. In het Colour Catch doekje zat geen residu en ook mijn witte handdoeken waren nog strak wit. Puntje voor het garen. Zoals te verwachten is het lapje hard en stug geworden, de vezels zijn behoorlijk kapot gegaan in de wasmachine. De krimp is ongeveer 8% en dat is erg netjes. Helaas kun je projecten die gewassen zijn op 60°C weggooien, al het moois is verdwenen.

    Het 2e lapje is gewassen met de fijnwas, op 30°C zoals het label voorschrijft, en daarna gedroogd in de wasdroger. Het lapje is zacht en pluizig. De rode kleur is hier ook mooi gebleven. Ook netjes is de krimp van het lapje, maar 6%. Het is het overwegen waard om de droger te gebruiken, want de vervilting is minimaal. Let wel: het gebruik van de wasdroger is geheel op eigen risico en door de droogtijd van het garen is het eigenlijk overbodig. Het garen is redelijk snel droog.

    MyBoshi no 1 garentest was-test

    Lapje nummer 3 is gewassen met de katoenwas op 30°C. Ook hier is de krimp 6%, voor een 30°C was is dat redelijk. De kleur is wederom erg mooi. Het lapje voelt wat stug en hard aan. Van alle gewassen lapjes is dit mijn minst favoriete.

    Het 4e lapje is gewassen in de wolwas op 30°C. Ook hier is de kleur mooi gebleven. Het lapje is soepel en is iets minder zacht dan het lapje dat in de wasdroger gedroogd is. De krimp is ongeveer 2% en dat is heel goed. Ook zijn bij dit lapje de steken mooi zichtbaar, zeker bij een subtiel patroon is dat prettig.

    Het wasadvies is fijnwas 30°C, maar een wolwas is ook prima. De wasdroger is afgeraden door MyBoshi, het garen krimpt door de warmte. Het is wel verleidelijk om te gebruiken omdat het garen zoveel zachter wordt. Ook wil ik je adviseren om de projecten die je maakt op te spannen (blocken), dit maakt het garen meer open en zachter.

    MyBoshi no 1 in het kort:

    • MyBoshi no 1 is een dikker garen gemaakt van 70% polyacryl en 30% scheerwol van merinoschapen
    • Het garen scoort een welverdiende 8 vanwege de kleurvastheid bij het wassen.

    ·       Het garen is verkrijgbaar 50 gram met een looplengte van ongeveer 55 meter. Het valt onder chunky garen.

    • MyBoshi no 1 kost tussen de €2,70 en €3,75. Het loont dus om even te rondkijken voor een goede prijs.
    • Het garen is verkrijgbaar in 33 verschillende kleuren. Er zijn ook 8 verloopkleuren, maar deze heb ik niet meegenomen in de test. In totaal zijn er 41 kleuren.
    • Het garen is online goed verkrijgbaar.
    • De grootte van de haaknaald die op het label staat aangegeven is ietwat aan de kleine kant, ik adviseer om haaknaald 7-8 te gebruiken
    • De grootte van de breinaalden hangt af van het project, je kunt kiezen voor naalddikte 6-8. Maak altijd een proeflapje voordat je aan een project begint. De steekverhouding is 12 steken bij 16 naalden. Verder raad ik aan om naalden te gebruiken die een minder scherpe punt hebben, omdat het garen behoorlijk splijt en lussen trekt.
    • Het wasadvies is 30°C wolwas of 30°C fijnwas. Laat liggend drogen en de wasdroger is een optie, maar dit is op eigen risico.
    • Ondanks de wol is MyBoshi no 1 een wolletje dat niet kriebelt of prikt.
    • Van het opspannen wordt het project veel mooier, dit beveel ik van harte aan.
    • Hou rekening met dat het garen snel splijt.
  • De Dijksjaal

    Wanneer ik wandel aan de dijk, verwonder ik me over de hoop met stenen en zand dieAan de dijk ons land beschermen. Het is de inspiratie voor de dijksjaal: een lang, buisvormig lint dat onze kustlijn is. Een groot gedeelte van de Nederlandse kust bestaat uit dijken en je vindt ze overal. Langs rivieren, polders en de zee liggen ze en geven ons een veilig plaats gevoel. We wonen onder zeeniveau en er is een hele provincie gevormd op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Hier leven, werken en planten we  bloemen in de tuin. We doen boodschappen en winkelen. En dat allemaal omdat we beschermd worden tegen het water. Heel bijzonder.

    De dijksjaal is een ode geworden aan de dijk.

    En ook een beetje aan de man. Mannen hebben het tegenwoordig best lastig: Ze mogen niet veel, moeten van alles en daarbovenop krijgen ze ook nog de mannengriep. En ik weet niet of jullie wel eens winkelen met/voor de man, maar er is bedroevend weinig keus en veel van hetzelfde. Natuurlijk willen zij (en wij) dat ze er goed gekleed bijlopen omdat wij ook wel eens willen pronken met dat mannelijk schoon.

    Dit probleem kent iedereen die een man of zoon heeft: Dijksjaal in Katia Sweet Laceer is minder keus in kleding en accessoires voor hen. En er zijn ook minder (haak)patronen voor de heren. Regelmatig zie ik de vraag voorbijkomen of er ook een leuk patroon is voor een trui/vest/sjaal voor mannen en/of minimannen. Daarom heb ik de Dijksjaal ontworpen. Een fijne sjaal met karakter. Ik haakte hem speciaal voor m’n Bonsaikind in Katia Sweet Lace in de kleur blauwgroen, dat hij er blij mee is kun je op de foto zien. Het Reuzenkind wilde ook wel een Dijksjaal, maar dan in het zwart. Nu hou ik heel veel van mijn kinderen, maar met zwart garen haken gaat mij toch iets te ver. Het werd Linie Print van OnLine, een subtiel verloopgaren in antraciet en grijs. Hij blij en ik blij.

    De Dijksjaal is een gemakkelijk patroon.

    Na de eerste toer kun je, zonder verder te tellen dan 2, heerlijk door haken totdat je de lengte hebt die de vent prettig vindt. Mijn oudste wilde graag een langere sjaal dus voor hem haakte ik tot een lengte van ruim 2 meter. De jongste, die van dekentjes houdt, wilde graag een bredere sjaal en die haakte ik tot een lengte van 175 centimeter. De breedte van de Dijksjaal is gemakkelijk aan te passen. Wanneer de man de sjaal op meerdere manieren wil dragen, maak de Dijksjaal dan wat smaller en wat langer. Wil de man de sjaal een keer om zijn hals kunnen slaan dan kun je de sjaal wat breder maken en korter. De Dijksjaal is een dubbelzijdige sjaal die een beetje eigenzinnig is en op verschillende manieren gedragen kan worden.

    Wat heb je nodig voor een DijksjaalDijksjaal in OnLine Linie Print

    Het hangt erg af van de grootte van de persoon voor wie je hem haakt, grotere mannen hebben vaak meer plezier van een grotere en bredere sjaal. Hippere mannen willen graag meerdere manieren hebben waarop ze de sjaal dragen en willen dus een langere en smallere Dijksjaal. Het is dus aan te raden om eerst te overleggen met de man voordat je het garen gaat aanschaffen. Een Dijksjaal zoals ik voor  m’n Bonsaikind haakte, gebruikte ik 6 bollen Katia Sweet Lace. Voor Reuzenkind haakte ik met 5 bollen OnLine Linie Print de Dijksjaal. Voor een volwassen man heb je genoeg aan ongeveer 6 bollen met een looplengte van 250-270 meter per bol (een totaal van 1500-1620 meter).

    Verder heb je een haaknaald nodig die past bij het garen, de kleinste naald die wordt aanbevolen op het label. En een haaknaald groter. Je hebt ook nodig: een schaartje en een stopnaald. En natuurlijk het patroon, dat vind je hier.

    Een basiskennis voor de gewone steken is nodig en, omdat er hakend in vasten, een opzetketting wordt gehaakt is het verstandig om dit te oefenen als je dit nog niet eerder hebt gedaan. Daarvoor zijn er verschillende haakttutorials op YouTube.

  • 6 Tips voor het kiezen van kleuren voor je handwerk

    Tips voor het kiezen van kleuren voor je handwerk.

    Elke handwerkster heeft het wel eens verzucht: welke kleur kan ik gebruiken voor de volgende toer?

    Garen in verschillende kleuren

    Ontwerpers geven het wel eens aan, maar wij, eigenwijze handwerksterren, willen het ook wel eens zelf weten. De eerste paar toeren is het simpel, je weet wat je welke kleuren je wil. En dan slaat de twijfel toe. Past deze kleur wel bij het patroon? Kan ik niet beter een andere kleur gebruiken? Wil ik deze kleur überhaupt wel gebruiken of staat het “raar”? Dilemma’s, dilemma’s. Vandaar dat ik een aantal hulpmiddelen heb gemaakt om het leven wat makkelijker te maken. In deze blog wil ik jullie helpen om kleur te kiezen voor je haak- en breiprojecten. De meeste mensen vinden het lastig en kiezen daarom voor veilige kleuren of volgen het advies op van iemand anders en zijn er, uiteindelijk, niet blij mee. Het is niet nodig om onzeker te zijn over de kleuren die je kiest.

    Een snelle oplossing

    Vind je het erg lastig om kleuren te combineren dan is je eerste keus een garen met kleurverloop. Daar is veel keus in: veel sokkengarens zijn in verschillende kleuren geverfd zodat je een bonte sokpaar kunt dragen. Sokkengaren is ook erg geschikt voor andere projecten, sjaals en wanten bijvoorbeeld. En je kunt er een fijne trui mee maken. Een favoriet is Lang Yarns Mille Colori.

    Ook in katoengarens is er voldoende kleurkeus. Kijk maar eens naar de Unikatgarens en de Scheepjes Whirls, deze zogenoemde cake-garens verlopen van een kleur naar een ander. En je hebt de vrolijke kleuren van bijvoorbeeld Katia Japur of Lana Grossa Cotone Print. Ook in acrylgaren is er keus, kijk maar eens bij de Papatya Batik of Scheepjes Wanderlust. Nog een voordeel van verloopgarens: je hoeft niet elke nieuwe kleur opnieuw aan te hechten en de draadjes weg te werken!

    Maar wat als je niet met verloopgarens wil werken en je zelf kleuren wil kiezen? Dan heb ik hieronder een draadje voor je gemaakt. Vind je het kiezen van kleurtjes voor je project lastig dan kun je, met behulp van mijn onderstaande gebruiksaanwijzing er misschien wel uitkomen. Heb je zelf nog een tip, laat het mij weten in een reactie of via het contactformulier.

    De tips:

    1. Kies een basiskleur. Dit kan een neutrale kleur zijn als wit, crème of grijs. Je kunt ook kiezen voor je lievelingskleur, of voor een kleur die je graag draagt, of voor een kleur uit je interieur
    2. Kies dan voor een kleurbasis, bijvoorbeeld ton sur ton, gouden combinaties, heldere kleuren, pastels, verzadigde kleuren of regenboog. Een blog over de uitleg van deze termen komt nog.
    3. Kijk welke kleurtoon de basiskleur heeft, een warme kleurtoon of een koele kleurtoon
    4. Zoek nu de accentkleuren erbij die passen bij de kleurbasis. En kies het aantal accentkleuren. Je kunt ook kiezen voor een verloopgaren, dan ben je in een keer klaar met de accentkleuren.
    5. Kies de hoeveelheid aan bollen die je nodig hebt en verdeel dit in 60% basiskleur en de overige 40% in accentkleuren. Een voorbeeld rekensom: je hebt 10 bollen nodig en je wil een basiskleur en 2 accentkleuren. Dan gebruik je 6 bollen in de basiskleur, 3 bollen in accentkleur 1 en 1 bol in accentkleur 2. Of 6 bollen in de basiskleur en 2 bollen in accentkleur 1 en 2 bollen in accentkleur 2. Het is geen exacte wetenschap, maar meer een houvast voor de kleurverdeling. Sommige patronen hebben meerdere accentkleuren, maar gebruiken voor 50% (of meer) van de basiskleur. Geeft een ontwerper aan dat je meerdere kleuren kunt gebruiken, houd je dan aan de kleurverdeling die in het patroon staat. Je kunt dan nog steeds kiezen voor een eigen kleurenpalet. Maak je het patroon meerdere keren dan kun je de tweede of derde keer variëren in het kleurenschema, maar doe dit pas nadat je het patroon al eens hebt gemaakt. Zo weet je hoe het kleurenschema werkt en wat je eventueel kunt aanpassen. Let op bij ton sur ton: daarbij zijn de kleuren evenredig verdeeld, dus van kleur 1, 2, 3 en 4 gebruik je dezelfde hoeveelheid.
    6. Maak een kleurvolgorde om eenheid te krijgen in de kleuren. Je kunt dit ook loslaten en per toer beslissen welke kleur je nu het beste vindt staan. Speel met de kleuren net zo lang totdat jij tevreden bent. Om dit mooi te krijgen kun je gebruik maken van een strepengenerator (hieronder staat een link en een uitleg), maar je kunt dit ook met kleurstaaltjes doen. Kleurstaaltjes kun je maken met bijvoorbeeld een gehaakt rondje waar je een kleurnummer aan bevestigd, of met wasknijpers waar je het kleurnummer opschrijft en het garen om de knijper wikkelt.

    Geïnspireerd worden voor het kiezen van kleurtjes

    Met deze Engelstalige website kun je een eigen foto uploaden en dan krijg je de kleuren te zien die voorkomen in de foto. Ik heb verschillende sites gevonden die dit ook kunnen, maar deze site vind ik het meest gebruiksvriendelijk. De foto die je upload krijgt een kleurenkaart met 5 kleuren. Deze kun je opslaan (wel even een account aanmaken). Wanneer je deze, op je telefoon of geprint, meeneemt naar de garenwinkel kun je de kleuren uitzoeken die de kleurstalen het best benaderen.

    Wanneer je op mijn Pinterestbord kijkt, zie je ook veel inspiratie staan Je kunt mijn borden ook volgen zodat je elke keer wanneer ik nieuwe kleurcombinaties vind, jij op de hoogte gehouden wordt.

    Dan heb je ook nog een generator om je te helpen beslissen welke kleuren er waar komen, dit werkt voor een strepenproject, maar zou je ook kunnen gebruiken voor een granny vierkantje. Een Engelstalige site vind je hier. Hier vul je de kleuren in die je wil gebruiken, hoeveel toeren per kleur je wil haken/breien en de hoeveelheid toeren die je totaal nodig hebt. Heel handig!

     

    Update van 20 december 2018: Er staat een nieuwe blog over kleuren online, het stukje vind je hier.

     

  • Theemuts Antje

    Met moederdag kreeg ik een speciaal cadeautje van een webwinkel. Yarnbag gaf mij 4 knotten theemuts Antje zonder bloemenScheepjes Cahlista, een Scheepjes magazine (Women) en een fijne tas om alles in op te ruimen. Op Pinterest zag ik een leuke, gehaakte theemuts. Helaas, een foto zonder blog of patroon. Maar de knotjes leken er uitermate geschikt voor, dus de keuze was snel gemaakt. En na een aantal schetsen was er een theemuts geboren! Het haken was erg leuk om te doen, alleen maar vasten dus tomeloos haken!

    Omdat de theemuts ietwat saai oogde -en ik het gevoel had dat er iets miste- heb ik een bloemetje ontworpen. Het bloemetje kun je heel goed maken van restjes katoengaren, maar ik heb Scheepjes Cahlista gebruikt voor de bloem. Zo wordt de bloem lekker groot. Wil je ander garen gebruiken dan Scheepjes Cahlista, dan moet je rekening houden met de wasbaarheid van het garen dat je wil gebruiken. Bijna alle katoengarens zijn geschikt voor het haken van de theemuts en de bloem, kies voor een garen dat je goed kunt wassen. Bij voorkeur voor garen dat je kunt wassen op 60°C. Garens van dierlijke afkomst zijn niet zo geschikt, net als acrylgarens. Je kunt wel kiezen voor bamboe- of melkkatoengarens.

    Theemuts Antje

    Theemuts Antje is geschikt voor de meeste theepotten. De theemuts heb ik gepast over alle theepotten die ik heb, de grootste is 1,8 liter en daar past de theemuts goed overheen.

    De naam van de theemuts bedenken was niet zo lastig. Mijn moeder was een theeleut, zij overleed in 2015. Vandaar dat ik de theemuts Antje heb genoemd, haar doopnaam was Antje.

    Wat heb je nodig voor theemuts Antje?

    Een kopje thee natuurlijk en een viertal knotjes Scheepjes Cahlista in 2 verschillende kleuren. Plus was restjes katoengaren voor de bloemen, of 2 kleurtjes Cahlista. In het patroon staat welke kleuren ik gebruikt heb, maar je kunt zelf de kleuren kiezen die jij mooi vindt. Het is altijd theetijdVerder heb je nodig: haaknaald 4 en 5. 2 steekmarkeerders. Echt, gebruik steekmarkeerders of veiligheidsspelden, dit maakt het volgen van het patroon veel makkelijker. En je hebt nodig: een schaartje, geschikt voor de dikte van het garen, een stopnaald waar het garen doorheen past en een meetlint.

    Het patroon vind je hier, dat heb je ook nodig. Bij het patroon heb ik een fototutorial gemaakt, hierdoor is het patroon ook geschikt voor beginnende haaksterren.

    Verder is het handig om, als je nog niet hakend kunt opzetten, om te oefenen met het hakend opzetten met stokjes. Daarnaast is het mooi wanneer je afhecht met de onzichtbare steek, een fijne tutorial vind je hier.

     

  • Garentest Katia Sweet Lace

    Een keer in de zoveel tijd heb je een garen aan de naald(en) waarvan je denkt dat de haakhemel zo aanvoelt. Zacht, licht en mooi van kleur. Zucht… De Katia Sweet Lace is zo’n garen. Erg fijn om met dit garen een garentest te doen. De perfecte naam hebben ze aan dit garen gegeven: Katia Sweet Lace is uitermate geschikt voor kantachtige patronen. Doordat het garen niet heel erg pluist, is het ook geschikt voor andere projecten waar je maar een beetje pluis nodig hebt. Dit is een veelzijdig garen!

    Katia Sweet Lace close-up

    Katia is een Spaans bedrijf dat al jarenlang mooie garens produceert, ik kan mij herinneren dat mijn beppe (oma) er graag mee breide. Dat was eind jaren ’80! Het fijne van Katia is dat ze een duidelijke verdeling hebben tussen zomer- en wintergarens, hierdoor spelen ze snel in op de modekleuren. Dat is tegelijkertijd ook een nadeel: er is een groot verloop in de garens, sommigen gaan maar 1 seizoen mee. Je zult dus ruim moeten inkopen als je aan een project begint en zeker wil weten dat je voldoende hebt.

    Katia Sweet Lace

    De pluspunten

    Dit garen heeft een aantal voordelen: het is een zacht garen, heel knuffelbaar. Katia Sweet Lace is veelzijdig, je kunt er omslagdoeken, truien en vesten mee maken die er zowel heel vrouwelijk als stoer uitzien. De Dijksjaal (hier vind je het patroon) is een stoere, mannelijke sjaal.

    Garen Katia Sweet Lace

    Doordat je vanaf naald 2,5 tot en met naald 5 kunt haken en breien, heb je ruime keus uit patronen. De kleuren moeten ook genoemd worden bij de voordelen… Het zijn wat apartere, vooral gedekte kleuren. Ze doen mij erg denken aan de kleurigheid van Spanje. Een ander punt is de prijs-kwaliteitverhouding, Lopi Einband is vergelijkbaar garen en dat is ongeveer €1 duurder. Het garen is lichtpluizig, niet te harig. Hierdoor kun je de steken erg goed zien, maar het garen is behoorlijk vergevingsgezind wanneer je onregelmatig haakt of breit. De steekzichtbaarheid is erg mooi. Een van de grootste pluspunten is, omdat het garen een beetje wol bevat, dat het niet kriebelt of prikt!

    De nadelen

    Je kunt verliefd worden op dit garen en bolletje na bolletje in je winkelmandje doen; ook al is het budgetvriendelijk garen, een waarschuwing is nodig. Een punt van aandacht is er voor het uithalen, dit gaat prima, maar je moet rustig, beheerst en met beleid uithalen. In elke bol kan een knoopje voorkomen, dit gebeurt bij elk merk wel eens. Van de 6 bollen die ik gebruikt heb, vond ik er maar eentje met 2 knoopjes. De rest was knoopvrij. Toch staat het bij de nadelen, waarom? Omdat de knoopjes erg klein zijn. Ik ben er fan van dat de knopen zichtbaar zijn, anders kun je denken dat je het knoopje kun meehaken of -breien. Dit soort knoopje gaat altijd los tijdens het wassen of dragen. Een groter knoopje zou dus fijn zijn, dan kun je ook goed beslissen hoe jij het garen verwerkt.

    Haken

    De testlapjes die ik was voor de garentest, zijn gehaakt en ik heb er een fijne mannensjaal mee gehaakt. Wanneer je een kantachtig effect wil, dan kun je dit garen haken met naald 4 tot en met 5. Wil je een patroon haken dat een kleinere naald aanbeveelt dan kun je ook naald 2,5 gebruiken. Het is echt een veelzijdig garen, zoals ik al eerder aangaf! Bij Katia Sweet Lace raad ik wel aan om je gehaakte projecten wel op te spannen, dit maakt het veel mooier!

    Breien

    Om met dit garen te breien is echt een feestje! Omdat ik een strakke breihand heb, pak ik altijd een naald groter dan aangegeven. Het proeflapje dat ik breide kwam precies uit zoals aangegeven op het label: 20 steken bij 25 naalden. Een proeflapje breien is altijd verstandig, zeker met dit garen waarbij op het label wordt aangegeven dat je naald 4-5 kunt gebruiken. Volgens mij kun je dit garen ook breien met een kleinere naald, de steken komen dan dichter bij elkaar te staan en je breiwerk wordt wat dichter en minder kantachtig. Nogmaals, het is een veelzijdig garen! Bij dit garen raad ik opspannen aan, je project wordt hierdoor veel mooier!

    Met dit garen kun je vooral kledingstukken en omslagdoeken maken, voor andere toepassingen is Katia Sweet Lace minder geschikt. Het garen komt vooral tot haar recht bij kantachtige patronen, maar ook minder kantachtige patronen kunnen goed gemaakt worden met dit garen. De kleuren van Katia Sweet Lace passen erg goed bij elkaar en hierdoor kun je kleurige projecten maken zoals de Noorse breipatronen.

    Al met al scoort Katia Sweet Lace een 8,5

    De was-test

    Volgens het label mag je Katia Sweet Lace wassen in de fijnwas op maximaal 30°C en de projecten die gewassen zijn moeten liggen drogen. De testlapjes zijn gecontroleerd op krimp, kleur en garenhoudbaarheid na het wassen. Een van de eerste dingen die mij opvalt is de kleur, die blijft ook na het wassen mooi. En ook na het wassen blijft het garen heerlijk zacht.testlapjes Katia Sweet Lace

    Het eerste lapje is gewassen op de katoenwas 60°C. Hier is niet veel moois meer aan over. Het garen is dun en ietwat vervilt. Het testlapje is met bijna 35% gekrompen en rijp voor het restafval.

    Testlapje nummer 2 is gewassen op de katoenwas 30°C en op het eerste gezicht ziet dit lapje er netjes uit. De kleur is heel mooi en de steken zijn goed zichtbaar. De krimp is tussen de 5-10% en dat is behoorlijk wat. Projecten die gewassen zijn op de katoenwas 30°C zijn nog goed bruikbaar, maar een maat kleiner. Voor dekens en omslagdoeken is dit niet zo erg, maar een vest of trui wel.

    Het 3e lapje is gewassen op de wolwas 30°C. Zacht en mooi pluizig. Dit lapje lijkt nog het meest op de ongewassen testlapjes. De krimp is minder dan 5%, heel acceptabel. De kleur is gelijk aan het onopgespannen testlapje en er ligt een prettige glans over het garen.

    Het 4e testlapje is gewassen met de fijnwas 30°C, zoals aangegeven op het label, en daarna in de wasdroger gedroogd. Op zich is dit een fijn, zacht lapje met een mooie kleur. Helaas is het testlapje erg gedrongen geworden, de krimp is meer dat 10%. En hoewel het pluizig en zacht is, kan dit lapje rechtstreeks de afvalbak in. Een trui of vest zou misschien nog draagbaar zijn, maar wel een aantal maten kleiner. Een deken of omslagdoek kan krimpen tussen de 20-30 centimeter en dat is goed zichtbaar.

    Katia Sweet Lace in het kort:

    • Katia Sweet Lace is een prettig wolletje gemaakt van 80% acryl, 10%mohair en 10% wol.Proeflapje gebreid Katia Sweet Lace
    • Het garen scoort een welverdiende 8,5 vanwege de kleurvastheid bij het wassen en de zachtheid van het garen.
    • Het garen is verkrijgbaar in donuts van 50 gram met een looplengte van ongeveer 270 meter. Het valt onder het  lace garen.
    • Katia Sweet Lace kost tussen de €3,36 en €3,95. Het loont dus om even te rondkijken voor een goede prijs.
    • Het garen is verkrijgbaar in 27 verschillende kleuren.
    • Het garen is goed verkrijgbaar, zowel online als in stenen winkels. Voor een overzicht kun je een kijkje nemen op de website van Katia.
    • De grootte van de haaknaald hangt af van het project, omdat het garen geschikt is voor kantachtig haken kun je kiezen voor een grote naalddikte, wel tot haaknaald 5.
    • De grootte van de breinaalden hangt af van het project, je kunt kiezen voor naalddikte 2,5-5,5. Maak altijd een proeflapje voordat je aan een project begint. De steekverhouding is 20 steken bij 25 naalden, dit bereik je met een naalddikte tussen 4,5-5,5.
    • Het wasadvies is 30°C wolwas of 30°C fijnwas. Laat liggend drogen en vermijdt de wasdroger.
    • Ondanks de wol is Katia Sweet Lace een wolletje dat niet kriebelt of prikt.
    • Van het opspannen wordt het project veel mooier, dit beveel ik van harte aan.
0