• Snowy Tree, een witte kerst (daar zorgen we zelf voor!)

    De brocante kerstboom

    Snowy Tree en fijne dagen!

    Oh dennenboom, je naalden zijn wonderschoon. Behalve wanneer ik ze uit het tapijt moet peuteren, dan ben ik blij dat je de deur uit gaat/bent. Dat was dan ook de reden om een echte nepperd aan te schaffen, kunstkerstbomen verliezen alleen volume, geen naaldjes. Volgens Bonsaikind kun je het beste, wanneer je geen naalden in huis wilt, een lariks kopen. Die verliezen in de winter sowieso hun naalden en zijn in december al kaal. Kun je de lampjes, slinger en ballen ook beter zien. Volgens hem zijn kunstkerstbomen niet zo fijn als een echte boom, daarom hangt hij een van zijn bonsai buiten vol met kerstballetjes. Maar binnen staat een kunstkerstboom. Voor de kerstgeur koop ik altijd een krans of wat dennengroen.

    Maar ik wilde een gehaakte blikvanger. Met een mandala. Het liefst een joekel van een mandala. Bij webwinkel yourzs.nl kocht ik, in de opruiming, de grootste ring met een diameter van 50 centimeter. Helaas verkoopt Dennis geen ringen meer, maar bij verschillende andere (web)winkels heb ik ze nog gezien. Voor de mandala kocht ik Durable glanskatoen nr 10. In de altijd mooie kleur ecru.

    Vroeger waren er meer kleuren, ik heb blauw, bruin, groen en een zachte okerkleur gekocht van een alleraardigste mevrouw uit een Facebookgroep. Tegenwoordig is het glanskatoen van Durable net de zwarte Fordauto uit de jaren dertig: verkrijgbaar in alle kleuren, mits het wit of ecru is. Ecru werd het. En we blijven hopen dat Durable toch meer kleuren glanskatoen wil maken. Met het nieuwe garen Double Four en breikatoen nr 8 zijn er al meer kleuren verkrijgbaar, al zijn deze minder geschikt voor het haken van een kantachtige mandala.

    Het patroon van de mandalakerstboom heb ik, samen met Bonsaikind, Snowy tree genoemd. Dat leek ons wel toepasselijk. Het eindresultaat was heel gaaf, echtgenoot en mijn grote zonen waren blij verrast met de ‘boom’. Hij past precies in ons interieur en hangt er alsof hij er al jaren bij hoort. Dus de lariks mag buiten blijven, dat vindt hij wel zo prettig.

    De Snowy Tree

    De tips

    Het haken van de mandala was zo gepiept, een paar avondjes de snelheidshaak erop en klaar was Natasja. Het omhaken van de ring was wel een dingetje. Dat was loodzwaar, ik kon een kwartiertje haken en moest dan mijn handen rust geven. Zo schiet het natuurlijk niet op. Gelukkig gaat het met elke toer gemakkelijker en de laatste toeren waren prima te doen. Geef je handen de rust die ze nodig hebben en haak niet te lang achter elkaar door.

    Omdat er maar een paar kleuren beschikbaar zijn van Durable glanskatoen, kan het ietwat saai zijn. Je kun de kerstboom zo versieren zoals jij dat mooi vindt. Je kunt linten haken of een rol lint gebruiken. Wil je de kerstboom een ander kleurtje geven, dan zou je kunnen overwegen om het katoen te verven met een geschikte textielverf (lees goed de gebruiksaanwijzing, gebruik de juiste textielverf en mail me een foto!).

    De Snowy tree heeft geen vlakke bodem, een boom heeft namelijk altijd dat de onderste takken omlaag hangen. Volgens Bonsaikind heeft dat te maken met de zwaartekracht en het licht. Maar ik vind het ook mooier dan een vlakke bodem, je zit dan de mandala wat beter en het zorgt tegelijkertijd dat de mandala strakker in de ring zit.

    Het hart van de gehaakte kerstboom

    Het patroon heeft een duidelijke fototutorial en is daardoor ook geschikt voor de beginnende haaksterren. Je hebt wel nodig dat je de basissteken onder de knie hebt en er worden clusters en reliefstokjes gehaakt. Mocht je er niet uitkomen dan mag je mij altijd een berichtje sturen. Dit mag via het contactformulier op de website, via Facebook of Instagram.

    Wat heb je nodig voor de Snowy Tree

    • Het patroon. Dat kun je vinden via de link hieronder
    • 1 á 2 knotten Durable glanskatoen (met eentje kun je het patroon maken, wil je gehaakte of gebreide linten en kerstversiering dan is een tweede knot nodig),
    • een ring met een diameter van 50 centimeter.
    • Ook heb je haaknaalden 2,0 en 3,0 nodig, een stopnaald en een schaartje.
    • Versieringen. Je kunt van alles gebruiken: kerstballen, veren, linten en lampjes

    Het patroon van de Snowy Tree vind je hier.

    Wanneer je de Snowy Tree klaar hebt, zou ik het leuk vinden als je een foto laat zien. Op Facebook mag je het direct op de pagina plaatsen en op Instagram kun je #hollandelijk en #snowytree gebruiken.

    Veel plezier met haken en versieren!

    Update 20 december 2018: Deze blog had de benen genomen en stond dus niet meer op de website, vandaar dat ik deze opnieuw plaats

  • De kleurbasis

    Kleurenwiel

    De kleurbasis is iets waar elke handwerkster mee te maken krijgt. In de blog 6 tips voor het kiezen van kleuren voor je handwerk gaf ik aan dat er meer theorie is over kleuren. In deze blog wil ik de basis aanstippen en de basisbegrippen uitleggen. Hierdoor kun je, naast de 6 tips, ook de kennis over de kleurbasis toepassen als je de volgende keer een paar kleurtjes wol uitzoekt.

    In de kleurenleer zijn er een aantal basisbegrippen die belangrijk zijn:

    • Primaire kleuren. Dit zijn rood, geel en blauw. Sommige ‘kleurmeesters’ benoemen zwart en wit ook als primaire kleur. Met deze kleuren kun je alle kleuren maken.
    • Secundaire kleuren. Dit zijn de kleuren die je krijgt wanneer je rood en geel; rood en blauw; en blauw en geel in gelijke delen mengt. De secundaire kleuren zijn oranje, paars en groen.
    • Tertiaire kleuren. Dit zijn de kleuren die je krijgt wanneer je de primaire kleuren ongelijk mengt, bij voorbeeld 2 delen blauw en een deel geel, dit is dan blauwgroen. Andere tertiaire kleuren zijn: geelgroen, oranjegeel, oranjerood, roodpaars en blauwpaars.
    • Wanneer je de primaire kleuren allemaal mengt, dan ontstaat er bruin. De kleuren in bruin kunnen variëren door de hoeveelheid van de primaire kleuren aan te passen, op deze manier krijg je bijvoorbeeld oker, oranjebruin of groenbruin.
    • Door het toevoegen van wit of zwart kun je de kleur lichter maken of donkerder, dit noemen we de kleurhelderheid. Met het wit krijg je pasteltinten, zoals mint en babyblauw. De rijkere kleuren krijg je door zwart toe te voegen, de kleuren die daarbij horen zijn bordeaux en Gelders blauw.
    • Als je grijs toevoegt aan een kleur dan noemen we dat de kleurverzadiging. Voorbeelden van verzadigde kleuren zijn: grijsbruin, mauve en grijsblauw.
    • De koele kleuren. Dit zijn de kleuren zoals blauw, grijs, zwart, wit, platina en zilver. In deze kleuren zitten weinig warme kleurtonen. Ook groen, geel, rood en paars kunnen koel zijn, de kleur heeft dan meer blauw dan oranje in de kleurtoon. Bijna alle koele kleuren kunnen gecombineerd worden met elkaar. De koele kleuren staan goed bij de mensen met het koele kleurtype.
    • De warme kleuren. Dit zijn de kleuren oranje, geel, rood, crème, bruin, brons en goud. In deze kleuren zitten weinig koude kleurtonen. Ook groen, blauw en paars kunnen warm zijn, de kleur heeft dan meer oranje dan blauw in de kleurtoon. Bijna alle warme kleuren kunnen worden gecombineerd tot een druk kleurpalet. Je kunt dit verzachten door crème te gebruiken als basiskleur of als hoofdaccentkleur. De warme kleuren staan goed bij de mensen met het warme kleurtype.

    De kleurtypes

    Over de kleurtypes wil ik kort nog wat toelichten. Er zijn, mijns inziens, maar 2 kleurtypes: warm en koel. Sommige bedrijven hebben meer kleurtypes zoals zomer, winter (de koele kleuren) en lente, herfst (de warme kleuren). Maar er zijn zelfs consulenten die daar ook nog weer subtypes in hebben en wel 12 -en sommigen nog meer- kleurtypes hebben. Je krijgt dan een labeltje met ‘zuiver warm/koel’, ‘gedempt/helder’, maar ook heb ik gehoord van een ‘pure lente/herfst/zomer/winter’. Volgens mij zijn dit marketingpraatjes die jou het gevoel geven dat je het ‘goed’ doet, jijzelf en anderen kunnen ‘verkeerde’ kleuren dragen. Ik hou niet van dit soort onderscheidingen. Door het gebruik van dit soort labels beperk je het kleurpalet te veel en mis je de kleuren die jou ook fantastisch staan.

    Eerlijk gezegd denk ik dat wanneer je weet of je een koel kleurtype bent of een warm kleurtype dat je dan al een heel eind komt, hierdoor heb je een kleurbasis voor je garderobe. In je kledingkast kun je dan veel kleuren hebben hangen die jou allemaal goed staan en passen bij de stemming die je hebt. En je hebt altijd kleuren voor een gelegenheid, naar een feestje kun je lekker knallen en voor chic-de-friemel partijtje kun je gepaste tinten dragen.

    Je kunt er eventueel voor kiezen om een kleurconsult te volgen bij iemand, maar heel eerlijk gezegd, vind ik dit verspilling van tijd en geld. Dat kun je beter besteden aan een Hollandelijk-patroon en daarna losgaan in een wolwinkel. 😉

    Spelen met kleur

    Een van de leukste dingen van het spelen met kleur vind ik de kleurcontext. Hierbij moet je het plaatje met de bloemen bestuderen. KleurcontextZie je dat de kleur van de bloemen veranderd door de kleur van de cirkel? Toch is de kleur van elke bloem gelijk.

    Dit gebeurt ook met garen, zodra je het gaat gebruiken naast een andere kleur in je haak- of breiwerk verandert de kleur. En voeg je een derde kleur toe, dan verandert het hele werk. Dit is ook de reden waarom je soms teleurgesteld kunt zijn over het resultaat. Na een paar avonden flink handwerken en de kleuren niet lijken op dat wat je voor ogen had toen je het garen bij elkaar zocht. Heel teleurstellend. De andere kant van dit verhaal is dat je, juist door het toevoegen van een andere kleur, heel blij kunt worden van een project waar je wat bedenkingen bij had.

    De kleurbasis

    Kleur kan dus heel veel doen. In haak- en breiland is er een gezegde: de rand bepaalt de kleur van de deken. Kleur kiezen komt dus aan op de laatste toeren die je haakt of breit. Wil je zekerheid over de kleuren die je gebruikt, dan kun je een proeflapje haken of breien met de kleuren in de volgorde die het patroon aangeeft. Wil je voordat je begint met een project zien of dat de kleuren bij elkaar passen, dan is het gebruik van een kleurenwiel aan te raden. Hierover schrijf ik nog een blog over de kleurbasis.

  • De footsnood en de speld

    Mode(flater)

    Dat haak- en breisels erg populair zijn weten wij al langer, maar de satirische website De Speld heeft het ook ontdekt. Beter laat dan nooit zullen we maar zeggen. De Speld kwam met het volgende: “Blote enkels zijn vooral onder jongeren nog steeds heel populair. Nu het kwik steeds verder daalt, dragen de meesten deze winter enkelsjaaltjes om niet te bevriezen.

    “Echt alleen opa’s en oma’s dragen nog lange broeken”, legt Dennis Kluitman (18) uit. “Maar aangezien ik vorige winter twee keer bevriezingsverschijnselen heb gehad en de dokter me gewaarschuwd heeft dat ik mijn enkels kan verliezen, doe ik er voor de zekerheid toch maar een sjaaltje om.”Het enkelsjaaltje

    Handig aan de gebreide enkelsjaaltjes is bovendien dat je ze makkelijk af kunt doen als het je te heet boven de voeten wordt. Dennis waarschuwt wel voor een veelgemaakte beginnersfout, terwijl hij naar het litteken op zijn voorhoofd wijst: “Nooit maar één sjaaltje voor beide benen gebruiken!”.” De tekst is van De Speld en hun website vind je hier.

    Natuurlijk kunnen wij, de handwerkbrigade, niet achterblijven en daarom heb ik een enkelsjaaltje gehaakt. Een simpel proeflapje voldoet, haak/brei de lengte dit je nodig hebt, knoop hem om je enkel en voilà! En toch kan het beter, modieuzer. Want een sjaaltje om de enkeltjes is zó november 2018… Het werd een footsnood! Een gebreid proeflapje omgetoverd in een snood die je om je enkels kunt dragen. De vergelijkingen op Instagram werden al gemaakt en ja, het lijkt op een ouderwetse beenwarmer. Via deze link kun je op mijn Instagram de foto zien en alle commentaren lezen. En daar zitten een paar pareltjes tussen. 🙂

    De snood

    Voor de mensen die nog nooit gehoord hebben van een snood, je spreekt het uit als snoed. Het is een gehaakte of gebreide ronde sjaal waar een draaiing in zit. Je maakt een snood door een rechthoekige lap te haken of te breien. De korte kanten leg je gedraaid op elkaar. De rechterbovenhoek leg je op de linkeronderhoek. De linkerbovenhoek leg je op de rechteronderhoek, nu kun je beide kanten op elkaar naaien. De snood is groot (je slaat hem 2x om je nek), lekker praktisch en draagt heerlijk warm.

    De footsnood, het patroon

    De footsnood heb ik gebreid in een budgetgaren dat ik nog had liggen. De footsnoodWil je hem ook haken of breien in ongeveer dezelfde kleur, dan is Stylecraft Special DK in de kleur Sunshine een optie. Gebruik breinaalden die passen bij het garen. In principe kun je allemaal leuke steken gebruiken, maar ik heb gekozen voor een simpele gerstekorrel. Hiervoor zet je een even aantal steken op, plus 2 kantsteken. Ongeveer het aantal steken dat je nodig hebt voor een breedte van 10 centimeter. Je breit heen en weer.

    Toer 1. Brei 1 kantsteek, *1 steek recht, 1 steek averecht*, herhaal tot het einde van de toer en brei de laatste steek recht.

    Toer 2. Brei 1 kantsteek, *1 steek averecht, 1 steek recht*, herhaalt tot het einde van de toer en brei de laatste steek recht

    Herhaal toer 1 en 2 tot je een lengte hebt van 35 centimeter (38 voor de bredere enkels) en kant losjes af.

    Brei nu een tweede exemplaar. Naai de footsnood in elkaar zoals hierboven beschreven staat.

    Gehaakt of gebreid: Trek ze aan, maak een foto en plaats deze op de Facebookpagina of zet ze op je eigen Instagram met #footsnood. De hashtag #modeflater is trouwens ook een prima omschrijving, hihihi. De footsnood is een leuk, grappig cadeautje voor een sokloze jongere die broeken op hoog water dragen. 🙂

    Veel maak plezier!

0